Voor één boek reisde hij van het westen naar het oosten van het land. Niet om daar het boek te kopen, maar om zich er voorgoed te vestigen. Vervolgens verzamelde Wim van Keulen (72) drie decennia lang alles wat met de Achterhoek te maken heeft. Als verzamelaar is hij inmiddels een fase verder: een deel van de collectie is de deur uit. “Met verzamelen ben ik gestopt, maar met het maken van boeken nog lang niet.”
Het was in 1966, in de openbare bibliotheek van Katwijk. Leraar Wim van Keulen kreeg het boek Achter Rijn en IJssel van Johan (J.G.) Vos in handen, een standaardwerk over de Achterhoek en Liemers. “Ik was meteen verkocht”, zegt hij op zijn werkkamer in het Achterhoekse Zelhem. “Naar díe streek wilde ik toe. Vooral het gemoedelijke karakter sprak me aan. Heel anders dan het zakelijke Katwijk.”
Met de atlas op schoot bekeken Van Keulen en zijn vrouw mogelijke vestigingsplaatsen. Vervolgens reden ze op een mooie zondag in een huurauto naar het oosten. Na wat omzwervingen kwamen ze in Doetinchem terecht. “Dat leek me een leuke plaats om te werken. Kort daarop zag ik een vacature voor een wiskundeleraar in Doetinchem in de krant. Toen viel alles op zijn plaats.”
In de Achterhoek bezocht hij al snel bijeenkomsten van de oudheidkundige vereniging. “Meteen bij de eerste bijeenkomst ontmoette ik Johan Vos. Die zei: ‘Als je zo geïnteresseerd bent in de streek, moet je lid van onze Oudheidkundige vereniging De Graafschap worden.’ Dat heb ik gedaan. Uiteindelijk heb ik 33 jaar in het bestuur gezeten.”
Boeken verzamelen deed Van Keulen al langer, maar de ontmoeting met Vos was het startsein om boeken over de streek te gaan kopen. “Dertig jaar lang ben ik bezig geweest om alles wat in het Achterhoeks of over de Achterhoek beschikbaar was in mijn bezit te krijgen.” Veel titels kwamen via lokale antiquaren, een enkele keer zei een leerling: ‘Meneer, er staat iemand met boeken van Herman van Velzen [een bekende Achterhoekse auteur, MvZ] op de markt.’ Soms kwamen de boeken van veel verder weg. “De eerste delen van het Jaarboek Achterhoek en Liemers, dat sinds 1926 verschijnt, waren erg moeilijk te krijgen. Uiteindelijk kreeg ik bericht dat een antiquaar ze gevonden had. Nota bene in Zweden.”
Het verzamelen was voor Van Keulen al snel niet meer genoeg; hij ging ook uitgeven. “Ik had een aantal boeken van de schoolmeester G.J. Meinen uit Kotten. Hij schreef begin twintigste eeuw prachtige verhalen voor de Graafschapbode, over de tweeling Knelis en Willem en ‘Mieken ‘t zwarte hundeken. Meinen is in 1936 overleden, maar ik heb van zijn dochter de rechten gekocht en in 1972 een bundel verhalen uitgegeven.” De publicatie had in de Achterhoek een enorme impact: de bijna vergeten verhalen gingen weer leven bij een breed publiek. “Zozeer zelfs, dat de gemeente Winterswijk besloot een beeld van Knelis en Willem in het centrum van het dorp te plaatsen.” Van Keulen toont een klein beeldje. “Er zijn drie bronzen miniaturen van het Winterswijkse beeld gemaakt: één voor de burgemeester die het beeld onthulde, één voor Meinens dochter en één voor mij.”
Sindsdien heeft Van Keulen tientallen publicaties voorbereid of uitgegeven. Van almanakken tot koffietafelboeken en van het meerdelige Woordenboek van de Achterhoekse en Liemerse Dialecten tot dichtbundels. Voor het publiceren kreeg hij in 2002 de kleine Jaromir, een prijs voor mensen die zich op het gebied van kunst en cultuur in de Achterhoek hebben onderscheiden. De grote Jaromir was voor dichter Derk Jan ten Hoopen. De prijs wordt onregelmatig uitgereikt door het Staring Instituut, een centrum voor het streekeigene van Achterhoek en Liemers.
Het mooiste boek dat hij ooit heeft uitgegeven, vindt Van Keulen de bundel Spoor van Lieden allevedan (1983) van de Duitse dichter Aloys Terbille. “Op een dialectdag hoorde ik hem gedichten over de jodenvervolging voordragen. Ik was erg onder de indruk en vroeg hem of ik zijn bundel kon kopen. Toen bleek dat hij zijn werk in Duitsland niet gepubliceerd kon krijgen. Het onderwerp lag in die tijd nog te gevoelig. In een opwelling heb ik toen gezegd: dan publiceer ik die gedichten!” De bundel heeft enorm veel publiciteit gekregen; in Nederland, Duitsland, maar ook in Israël. Bovendien heeft Terbille er literaire prijzen mee gewonnen. “Ik vond het een waar voorrecht om deze gedichten te mogen publiceren.” En het mooiste boek dat hij ooit heeft aangeschaft? Van Keulen hoeft niet lang na te denken: het eerste. “Dat boek van Vos heeft mijn leven veranderd; het heeft er voor gezorgd dat ik naar de Achterhoek ben gekomen.”
Een jaar of tien geleden had Van Keulen ongeveer 350 titels en in totaal bijna 500 banden over de Achterhoek. “Voorzover ik weet, was dat vrijwel alles wat er beschikbaar was.” Op dat moment belandde Van Keulen in de fase waarin elke verzamelaar ooit terechtkomt: de afbouw. Midden jaren negentig verhuisde hij van een grote boerderij naar een huis in het dorp. Ruimtegebrek noopte hem tot drastisch snoeiwerk. De collectie overdragen aan een van zijn kinderen was geen optie. “De één woont in Groningen, de ander in Zeeland. Ze houden wel van boeken en verzamelen zelf ook, maar hadden geen belangstelling voor een collectie over de Achterhoek.” Van Keulen heeft een deel afgestaan aan het Staring Instituut, een ander deel aan een historische vereniging in Gorssel. Het restant heeft hij verkocht aan antiquaren in boekenstad Bredevoort. De afbouw viel hem zwaar, “maar ik had geen keus. Ik heb geprobeerd mijn emoties zoveel mogelijk weg te drukken”.
Met verzamelen is hij inmiddels gestopt, maar met het maken van boeken nog lang niet. Hij toont een boek uit 1885: Bijdragen tot eene geschiedenis van het geslacht “Van Keulen”. Daarin staat dat er sinds de zeventiende eeuw boekhandelaren en uitgevers zijn met de naam Van Keulen. “Het is niet zeker dat ik van die mensen afstam, maar ik geloof het graag. De mensen in de Achterhoek weten me te vinden en vertellen elkaar: als je een boek wilt maken, moet je bij Van Keulen zijn.”
Verschenen in: Inkt! (de glossy voor liefhebbers van lezen) in juli-augustus 2009.