In de voetsporen van Alexander de Grote


Naar het verleden reizen om de geheimen van het heden te ontdekken. Dat was het doel van de Hilversumse scoutinggroep de Argonauten, die in 1965 een reis van drie maanden door het Midden-Oosten maakte. COS Gelderland organiseerde op 11 december samen met Lux Nijmegen en Piet Muller - die de tocht van de Argonauten meemaakte - een bijeenkomst over deze bijzondere reis.


Tien Argonauten trokken in de zomer van 1965 drie maanden lang door het Midden-Oosten. Ze volgden in grote lijnen de veroveringstocht die Alexander de Grote 23 eeuwen eerder had gemaakt. De padvinders ondernamen vaker verre reizen, legde Piet Muller in zijn inleiding uit. Die reizen werden gefinancierd door de uitgave van boeken en het houden van diavoorstellingen.


Alexander de Grote had in de vierde eeuw v. Chr. de Perzen verslagen. Hij wilde hen straffen voor de verwoestingen die ze anderhalve eeuw eerder hadden aangericht. Maar Alexander beperkte zich niet tot straffen. Hij ondernam een veroveringstocht en stichtte een rijk dat zich uiteindelijk uitstrekte van Macedonië tot de Indus. Muller: “Alexander had een duidelijke visie: hij wilde het oosten met het westen verbinden onder zijn gezag.”


Poëtisch Nederlands


Een jaar lang bereidden de Argonauten zich voor om in de voetsporen van Alexander de Grote te treden. Ze bestudeerden de talen, culturen en geschiedenis van het gebied, benaderden media, sloten leningen af en hielden lezingen. In de zomer van 1965 vertrokken ze met twee Citroën Breaks vanuit Macedonië. Wat volgde was een tocht van 23.000 kilometer door zes landen: Turkije, Syrië, Libanon, Jordanië, Irak en Iran. Muller: “We waren heel open en nieuwsgierig. De reis heeft ons enorm beïnvloed; de ervaringen van toen houden ons nu nog steeds bezig.”


De reis van de Argonauten is vastgelegd in een voorstelling met dia’s, muziek en gesproken tekst. De beelden geven een fraaie schets van het Midden-Oosten anno 1965: levendige markten; schitterende oudheidkundige schatten; bewoners die uitlopen als de westerlingen in hun dorp arriveren; en de afwezigheid van vrouwen in gebieden waar de dromedaris oppermachtig is.


Zeker zo fascinerend als de beelden zijn de begeleidende teksten, die de Argonauten zelf hebben ingesproken. In prachtig, bijna poëtisch Nederlands verwonderen ze zich over wat ze zien. Bij beelden uit Iran klinkt een vrouwenstem: “Hoe lang zal het duren voor dit land net zo welvarend zal zijn als ons westen? Heeft men daarbij ons en onze cultuur nodig?” Om bij beelden van een moskee te constateren: “Niet bij het bouwen van een moskee. Misschien wel om nieuwe wegen te wijzen van ontwikkeling van dorp en land.”


Broeinest


“Het is alsof je een reis met een tijdmachine maakt”, zei COS-medewerker Qader Shafiq na afloop van de voorstelling. Hij leidde aansluitend een panelgesprek tussen NRC Handelsblad-journaliste Carolien Roelants en schrijver, regisseur en filmmaker Ibrahim Selman. Roelants had genoten van de voorstelling, maar zei ook een beetje jaloers te zijn. “Ik ben op bijna al die plekken geweest. Maar het waren altijd korte bezoekjes. Dan mis je de continuïteit.” Twee dingen vielen haar op: “Ten eerste het optimisme en ten tweede de oorlog. Het eerste is door het tweede tenietgedaan.” In landen als Irak en Syrië kwam begin jaren zestig het vooruitgangsdenken op, in de vorm van de Ba’ath-partij. Maar, zei Roelants, “hun macht zou uiteindelijk zorgen voor repressie en meer oorlog.” Selman herinnerde zich die periode maar al te goed. “Ik weet nog dat ik in 1963, als jochie van acht, onder mijn bed lag te schuilen. Wij waren gevlucht uit Koerdistan en kregen toen in Bagdad weer met bombardementen te maken. Het Ba’athisme kwam toen via Egypte aan de macht.”


Veel Ba’athisten hadden gestudeerd aan de Sorbonne, dat in de jaren zestig een broeinest van revolutionair denken was. Hoewel ze in verschillende landen de macht grepen, was er van eenheid nauwelijks sprake, zei Selman. “Irak, Syrië en Egypte hebben elk hun eigen geschiedenis en cultuur. De mensen spreken weliswaar in het hele gebied Arabisch, maar een Libanees en een Irakees uit Basra verstaan elkaar echt niet. Zo kun je geen eenheid vormen. Daarom zal er ook nooit een Arabische natie komen.” Ook de persoonlijke rivaliteit tussen machthebbers staat aan zo’n natie in de weg, zei Roelants. “Dat zie je nog steeds op Arabische topconferenties.” Selman bevestigde dat. “De oorlog tussen Iran en Irak is bijvoorbeeld deels uitgebroken doordat Khomeini en Saddam elkaar niet mochten.”


Grote botsing


Kijkend naar de toekomst zei Roelants “niet optimistisch” te zijn over de Arabische lente. “De situatie lijkt het best in Tunesië. Dat is een handzaam land met een goed opgeleide bevolking.” Egypte is volgens haar een heel ander verhaal: tachtig miljoen mensen, veelal laagopgeleid en een militair regime dat sinds 1952 aan de macht is geweest. “Ik ben bang dat dat land grote problemen gaat krijgen.”


Selman voorziet dat het hele Midden-Oosten beïnvloed zal worden “door de golf van islam die eraan komt”. De moslims zijn volgens hem goed georganiseerd en krijgen, bijvoorbeeld in Egypte, financiële steun vanuit Saoedi-Arabië. “Ik ben bang dat er in Egypte een fundamentalistisch regime aan de macht komt.” Tegelijkertijd groeit volgens hem de weerstand tegen de islam. “Dat zal tot een grote botsing leiden.”


Datum debat: 11 december 2011


  • Home
  • Artikelen
  • Boeken
  • Webteksten
  • Debatverslagen
  • Jaarverslagen
  • Eindredactie
  • Research
  • Profiel
  • Opdrachtgevers
  • Contact

    

Copyright © 2011 Machiel van Zanten | 06 - 22 25 97 98