Tekstdichter-presentator Ivo de Wijs: “Schrijven is een lofzang op de fantasie”


Schrijver, vertaler, presentator, theaterman. Ivo de Wijs (Tilburg, 1945) is een ware duizendpoot. “Ik doe alles waar niet te veel geduld voor nodig is, want ik ben verschrikkelijk onrustig.” Bovenal voelt De Wijs zich tekstdichter. Voor de Kinderboekenweek heeft hij een boek van Eric Carle vertaald en berijmd.


Het dichten loopt als een rode draad door het werk van De Wijs heen. Of hij nu het radioprogramma Vroege Vogels presenteert of ergens dagvoorzitter is, hij verwerkt er voortdurend versjes in. Veel van zijn werk verschijnt in bloemlezingen. Daarnaast schreef en schrijft hij voor mensen als Paul de Leeuw, Youp van 't Hek, Jenny Arean en vooral voor Kabaret Lurelei.


Meer nog dan voor volwassenen, schrijft De Wijs voor kinderen. Hij schreef teksten voor Kinderen voor Kinderen, Samson en Gert, en musicals over Nijntje en Pippi Langkous. Daarnaast heeft hij meer dan dertig boektitels op zijn naam staan. “Ik ben met het schrijven van kinderboeken begonnen toen ik zelf kinderen kreeg. Dat is inmiddels 27 jaar geleden. Andere vaders konden prachtige poppenhuizen timmeren, maar ik heb twee linkerhanden. Omdat ik toch iets voor mijn kinderen wilde maken, ben ik boekjes gaan schrijven. Aanvankelijk puur voor eigen gebruik, in een oplage van één exemplaar. Het eerste boekje was Dat rijmt waarvoor ik later nog de zilveren griffel heb gekregen. Dat heb ik voor mijn zoon Teun geschreven en getekend op een soort kladblokje waar je pagina’s vanaf kan scheuren. Pas later zei tekenaar Alfons van Heusden: daar moet je meer mee doen.”


Minuscule boodschap


27 jaar later schrijft De Wijs nog steeds kinderboeken. Globaal gaat het om twee soorten. Ten eerste boeken voor leescursussen, zoals ‘Ik neem het op’, een recentelijk verschenen boekje voor kinderen met tien weken leesonderwijs. “Bij zulke boekjes krijg ik precies voorgeschreven welke letters of combinaties van letters ik wel en niet mag gebruiken. Pas heb ik een boekje geschreven waarin de letter j niet mocht voorkomen omdat de kinderen die letter pas later zouden leren. Dan kun je de hoofdpersoon dus zelfs geen ‘ja’ laten zeggen. Om dan toch een boeiend verhaal te schrijven, is het oplossen van een crazy puzzel. Ontzettend leuk om te doen.”


Daarnaast schrijft De Wijs op eigen initiatief kinderboeken, met titels als De Theaterkater, Koeienletters en Rokko Krokodil. Hoewel de teksten eenvoudig zijn, waakt De Wijs ervoor voortdurend “op de hurken” te gaan. “Je ziet op de televisie wel eens een EO-mevrouw de bijbel uitleggen aan kinderen. ‘Ja, kindertjes en toen was er een stalletje …’ Daar zijn je schoenen te klein voor. Ik probeer kinderen juist uit te dagen. Een boek mag best moeilijke woorden bevatten als kinderen de betekenis ervan maar uit de context kunnen afleiden.”


De Wijs haalt zijn inspiratie vooral uit de “overzichtelijke, veilig afgepaalde tijd” dat hij zelf jong was. “Dat leidt wel eens tot opmerkingen dat een onderwerp als samen picknicken niet meer van deze tijd is, maar een puberroman voor hedendaagse jongeren schrijven kan ik niet. Ik schuw het realisme. Met een boek moet je kunnen ontsnappen naar een andere tijd, een ander universum. Schrijven is voor mij een lofzang op de fantasie.” De Wijs’ boeken zijn dan ook vooral ter vermaak bedoeld en minder ter lering. “Er zit wel eens een minuscule boodschap in, bijvoorbeeld over de multiculturele samenleving, maar teveel boodschap maakt een boek saai.”


Efteling


Voor de Kinderboekenweek, die dit jaar van 6 tot en met 16 oktober georganiseerd wordt, heeft De Wijs een prentenboek van Eric Carle, de auteur van Rupsje Nooitgenoeg, vertaald en berijmd. “Het verhaal heet Vader Zeepaard en gaat over vissensoorten waarbij de vader voor de eitjes zorgt. In het origineel dook de vissensoort Kurtus op die geen Nederlandse naam had. In overleg met de Groningse hoogleraar John Videler is toen besloten die vis Vroedmeestervis te noemen, analoog aan de vroedmeesterpad, waarbij ook de vader de eitjes met zich meedraagt. Dankzij mijn vertaling is er dus een soortnaam aan de Nederlandse biologie toegevoegd.”


Afgelopen zomer is De Wijs samen met Freek de Jonge, prinses Laurentien en Daphne Deckers, in de Efteling benoemd tot Nederlands ambassadeur van het Hans Christiaan Andersenjaar 2005. Volgend jaar wordt gevierd dat de Deense sprookjesschrijver 200 jaar geleden is geboren. “Mijn band met Andersen loopt vooral via de Efteling. Ik ben daar vlakbij geboren en kom er nog regelmatig. Daar heb ik voor het eerst de rode schoentjes gezien en de erwt waarop de prinses zat. Eerlijk gezegd weet ik niet waarom ik ben uitgekozen als ambassadeur. Misschien omdat er plannen zijn voor een musical over Andersen en ik gevraagd ben voor de liedteksten. Ook over de inhoud van het ambassadeurschap weet ik nog weinig. Misschien mag ik op eigen kosten naar de opening van het jubileumjaar in Kopenhagen. Dan is er een kleine kans dat ik tussen andere ambassadeurs als Pele en Susan Sarandon kom te zitten. Natuurlijk zou ik liever tussen Andersen zelf en zijn goede moedertje zitten, maar dat behoort helaas niet tot de mogelijkheden.”




Het favoriete kinderboek van … Ivo de Wijs


Frank Crisp: De jacht op de zeerovers

"Een spannend verhaal, in hoog tempo en in een goede stijl geschreven. Een jongen wordt op een boerderij slecht behandeld en vlucht naar de stad. Na allerlei omzwervingen monstert hij aan op een schip en komt in het zeeroversmilieu terecht. In het boek gebeurt echt álles: liefde, haat, goede en slechte mensen, een ontsnapping uit de gevangenis, vechtpartijen. Het verhaal is misschien clichématig, maar greep me als jongen duchtig bij de keel. Ook mijn zoon vond het mooi en we reciteren nog steeds wel eens passages uit het boek."


Verschenen in 2004 in Biblio-Zine (Provinciale Bibliotheek Centrale Utrecht)


  • Home
  • Artikelen
  • Boeken
  • Webteksten
  • Debatverslagen
  • Jaarverslagen
  • Eindredactie
  • Research
  • Profiel
  • Opdrachtgevers
  • Contact

    

Copyright © 2011 Machiel van Zanten | 06 - 22 25 97 98