Jan Wolkers schrijft boekenweekgeschenk 2005
Hij brak door met romans als Terug naar Oegstgeest en Turks Fruit en is al meer dan veertig jaar een boegbeeld van de Nederlandse literatuur. Dit voorjaar schrijft Jan Wolkers het boekenweekgeschenk. “Als ik mijn eigen boeken teruglees, denk ik wel eens: nou, dat heb je verdomd raak opgeschreven.”
Jan Wolkers (Oegstgeest, 1925) debuteert in 1961 met de verhalenbundel Serpentina’s Petticoat, maar het zijn romans als Terug naar Oegstgeest en Turks Fruit waarmee hij naam maakt. Dat is vooral te danken aan de onverbloemde manier waarop hij over seks schrijft en zijn kritiek op het christelijk geloof. Dagblad Trouw schrijft in 1963: “Er is geen erbarmen, geen liefdevolle poging tot begrip in zijn werk. Daarenboven doet hij aan de mode mee om vooral te schokken door middel van vieze praatjes.” Het lezend publiek kan Wolkers werk echter wel waarderen. Van Turks fruit verschijnen in een jaar tijd maar liefst zestien drukken.
De belangrijkste invloed op Wolkers’ werk is de Bijbel. “Als je drie keer per dag uit de Schrift voorgelezen krijgt, heeft dat een enorme impact op je eigen stijl. Van de Nederlandse schrijvers ben ik het meest door de Bijbel beïnvloed”, zei hij in 2002 in het Reformatorisch Dagblad (RD). Gelovig is hij dan al lang niet meer. “Bij mij is er al iets geknapt toen ik een jaar of zeven was. Toen hoorde ik dat dieren niet naar de hemel konden. Als mijn kat, die toen dood ging, niet naar de hemel ging, wilde ik dat ook niet.”
Het RD beschreef de viering van het 150-jarig bestaan van het bisdom Breda. Naast Wolkers waren ook premier Balkenende en Bisschop Muskens aanwezig. De laatste was tijdens een verblijf op Texel onder de indruk geraakt van Wolkers’ kennis van de natuur. “Hij wist alles te vertellen over het kleinste bloempje en het kleinste insect, en dat in een beeldende taal. Bij tijd en wijle haalde hij een klein zakbijbeltje tevoorschijn, de aloude statenbijbel, om een passage op te zoeken.” Muskens noemde Wolkers “een van de standbeelden van de cultuur van vandaag”.
Veel van zijn boeken bevatten autobiografische elementen. Zijn jeugd in een streng gereformeerd gezin inspireert Wolkers vrijwel voortdurend. Veel van zijn personages proberen zich te ontworstelen aan een benauwende calvinistische omgeving. Een centrale rol is meestal weggelegd voor de vaderfiguur, die het calvinisme personifieert. Andere autobiografische elementen zijn de vroegtijdige dood van een oudere broer (Kort Amerikaans), de dood van een dochtertje (Een roos van vlees) en een roerig liefdesleven (Turks fruit).
Begin jaren tachtig krijgt Wolkers ruzie met critici die zijn werk volgens hem niet zorgvuldig genoeg bespreken. Voortaan accepteert hij geen literaire onderscheidingen meer. Zo weigert hij in 1982 de Constantijn-Huygensprijs en in 1989 de P.C. Hooftprijs. In 1994 tekent Dagblad Tubantia op: “Mijn uitgever vroeg me wel eens of ze me mochten opgeven voor de AKO Literatuurprijs. Dan zei ik: ‘Laten ze die prijs maar in hun reet steken’.” Met het literaire wereldje heeft Wolkers sowieso weinig op. “Ik ben net als een Siberische tijger, die jaagt alleen”, zegt hij in 2003 tegen De Groene Amsterdammer. Niet voor niets woont Wolkers al sinds 1980 op Texel, waar hij rust vindt en betrekkelijk anoniem kan leven. “Texelaars laten je in je waarde. Ze kijken niet zo gauw ergens vreemd van op.”
De laatste decennia schrijft Wolkers hoofdzakelijk gedichten en essays, waaronder het boekenweekessay Zwarte bevrijding in 1995. Met zijn zoons Tom en Bob maakt hij in 2003 het kinderboek De achtertuin. Daarnaast legt hij zich steeds meer toe op schilderen en beeldhouwen. Zo maakt hij het Auschwitz-monument in Amsterdam en het monument op de dijk bij Ceres op Texel.
Het boekenweekgeschenk Zomerhitte is Wolkers’ eerste roman sinds 1984. In het boek ontmoet een fotograaf de jonge Kathleen op een naaktstrand. Als hij haar later opzoekt in een disco, waar ze werkt, ziet hij hoe ze wordt opgehaald door een oude man. Kort daarop ontmoet de fotograaf Federici, die net als hij geïmponeerd is door Kathleen. Er ontstaat er een geheimzinnige band tussen de mannen. Ze vertellen elkaar over hun leven en volgen ondertussen de ontmoetingen tussen Kathleen en de oude man. Wat volgt is een verhaal vol spanning en intriges.
Wolkers hoopt op 26 oktober zijn tachtigste verjaardag te vieren, maar beschouwt de “glinsterende jongen van achttien jaar” nog steeds als de kern van zijn wezen. In 2003 vertelt hij De Groene Amsterdammer: “Ik kan nog steeds volstrekt zuiver naar de dingen kijken. Veel mensen worden vertroebeld door succes, eerzucht of hebzucht. Het maakt mensen verkrampt en oud, en dat heeft niks met leeftijd te maken. Ik kan nog altijd fris ervaren, en zo kijk ik ook objectief naar mijn eigen werk. Als ik mijn eigen boeken teruglees, denk ik wel eens: nou, dat heb je verdomd raak opgeschreven.”
1925: geboren in Oegstgeest in een gezin van tien kinderen
1961: debuteert met Serpentina's Petticoat (verhalenbundel)
1962: romandebuut met Kort Amerikaans
1965: Terug naar Oegstgeest
1969: Turks Fruit
1980: Verhuist naar Texel
1986: eerste overzichtstentoonstelling van Wolkers’ beeldende kunstwerken
1995: Boekenweekessay Zwarte bevrijding
2005: Boekenweekgeschenk Zomerhitte
Verschenen in februari 2005 in Biblio-zine (Provinciale Bibliotheek Centrale Utrecht)