Eind februari organiseerde de PBC Utrecht in de gloednieuwe bibliotheek van Barneveld de eerste bijeenkomst van een themareeks over bouw en inrichting. Nieuwbouw van bibliotheken lijkt vooral een praktische aangelegenheid. Maar voordat de eerste spade de grond in gaat, moet er heel wat denkwerk zijn verricht. De Utrechtse bibliotheekdirecteur Ton van Vlimmeren is al zeven jaar bezig met de bouw van een nieuwe centrale vestiging. “Maak je dromen zo tastbaar dat je ze in baksteen en beton kunt vatten.”
“Onze voorzieningen blijven achter bij die in andere grote steden”, zegt directeur Ton van Vlimmeren. “We hebben minder studieplaatsen, minder magazijncollecties en minder ruimte voor ontmoeting en activiteiten. Met de bouw van de Vinex-locatie Leidsche Rijn zal Utrecht verder groeien en de achterstand toenemen. Uitbreiding is in ons grachtenpand in de binnenstad vrijwel onmogelijk dus is nieuwbouw de enige optie.”
Nieuwbouw is geen kwestie van de bestaande voorziening kopiëren op een nieuwe locatie. Het bibliotheekwerk verandert en dus moet je investeren in vernieuwing, zegt Van Vlimmeren. “Nieuwe voorzieningen moeten langdurig levensvatbaar zijn. Vaak leidt nieuwbouw tot intensiever gebruik. Mensen vinden het prettig om in een moderne omgeving kwalitatief hoogwaardige voorzieningen te gebruiken. Toen we onze vestiging in Hoograven vernieuwden, leidde dat tot veertig procent meer uitleningen.”
Inmiddels ligt er een masterplan voor de inrichting van het Utrechts Stationsgebied. In dat plan is ook vastgelegd dat er een publieke voorziening, zoals een bibliotheek, zal komen op het Smakkelaarsveld, aan de rand van het centrum. Daarnaast heeft het college van burgemeester en wethouders een programma van eisen voor de nieuwe vestiging vastgesteld. Dat programma voorziet in een grotere bibliotheek met studie- en expositieruimtes, de kunstuitleen en een bibliotheekcafé en –theater. “Een onomkeerbaar besluit heeft de gemeente echter nog niet genomen”, zegt Van Vlimmeren. “Utrecht moet bezuinigen. Zolang de financiering niet rond is, lijkt het beter om geen besluit te nemen dan het risico te lopen dat er een negatief besluit komt. In de tussentijd gaan we gewoon verder met andere nieuwe vestigingen die in de stad, maar vooral in Leidsche Rijn gebouwd worden."
De bibliotheek heeft haar eigen plannen toegelicht in het boekje ‘Een droom van een bibliotheek’. Daaraan voorafgaand heeft de bibliotheek allerlei mensen uit het stationsgebied en de wereld van overheid, onderwijs, cultuur en bedrijfsleven met elkaar laten discussiëren. Van Vlimmeren: “Bovendien hebben we in de hele wereld rondgekeken. Nederland is volledig verkaveld naar functie. Onderwijs vindt in een school plaats en boeken staan in een bibliotheek. Maar in andere landen zie je interessante dwarsverbanden. Daar hebben bibliotheken bijvoorbeeld een archieffunctie of, zoals in de Verenigde Staten, een onderwijsfunctie waarbij nieuwkomers de taal komen leren.”
Gaandeweg ontstonden er drie aandachtsvelden: locatie, beeld in de stad en functionaliteit. Wat betreft de locatie moet de vestiging dicht bij het centrum staan en goed bereikbaar zijn. Daarnaast moet de nieuwe bibliotheek volgens Van Vlimmeren “een landmark” zijn. “Het gebouw mag geen grijze klomp zijn, maar moet smoel hebben, allure en een bepaalde functie en kwaliteit uitstralen. Ik sluit niet uit dat er in het gebouw ook andere functies komen, maar die mogen de bibliotheek niet overschaduwen.”
Wat betreft functionaliteit is het lastig de toekomstige ontwikkelingen te voorspellen. “Ik geloof niet dat het dan einde oefening is voor bibliotheken, maar we zitten wel in een overgangsfase. Nu komt meer dan tachtig procent van de bezoekers boeken halen. Over twintig jaar worden boeken waarschijnlijk vooral in de recreatieve sfeer gelezen. Het informatieve lezen zal steeds meer digitaal plaatsvinden. Daarnaast zoeken mensen steeds vaker naar infotainment, waardoor de verblijfsruimte van de bibliotheek meer gaat lijken op een hotellobby of theaterfoyer.”
Ook zal het gebruik van verschillende media steeds verder vervlochten raken, verwacht Van Vlimmeren. “Nu hebben we nog internet-eilanden, maar in de nieuwe vestiging zullen de beeldschermen gewoon tussen de boekenkasten staan. Er zullen multimedia-omgevingen ontstaan waar mensen tijdens hun bezoek kunnen lezen, leren, luisteren, ontspannen en ontmoeten.”
Alle kernfuncties van de bibliotheek – informatie, educatie, cultuur, ontmoeting en maatschappij - zullen in het nieuwe gebouw een plek moeten krijgen. Flexibiliteit lijkt daarbij het toverwoord. “We moeten 800 mensen kunnen opvangen die naar een boekpresentatie van Wolkers of Campert komen. Maar we moeten ook ruimte hebben voor concerten, die dan weer niet de rust in het studiegedeelte mogen verstoren. “ Van Vlimmeren refereert aan architect Rem Koolhaas die vindt dat functies die niet snel veranderen niet flexibel hoeven worden ingericht, maar alle andere wel. “Dat gaat mij te ver. Je moet oppassen dat je geen koude, steriele ruimtes krijgt, zoals kantoortuinen. In geval van nood is een bibliotheek altijd wel weer te verbouwen.”
Na zeven jaar werk is de bibliotheek halverwege een traject dat wereldwijd voor nieuwe centrale bibliotheken gemiddeld vijftien jaar blijkt te vergen. Heeft Van Vlimmeren adviezen voor collega’s die nog moeten beginnen? “Denk in elk geval goed na over de verschillende ontwikkelingen in de maatschappij, toets je plannen aan de omgeving en luister naar je klanten. Laat je verder niet lam leggen door onzekerheid over de toekomst. Nieuwbouw is een heel spannend proces. Als je echt lol wilt hebben, moet je je dromen de vrije loop laten en die dromen zo tastbaar maken dat je ze in baksteen en beton kunt vatten.”
Verschenen in februari 2005 in Biblio-zine (Provinciale Bibliotheek Centrale Utrecht)