Hij is geen verzamelaar pur sang en zijn collectie kwam min of meer toevallig tot stand. Maar inmiddels heeft Max Dohle (54) honderden boeken over schaatsen. Bovendien schrijft hij erover en beheert hij zijn eigen virtueel museum.
Vier- tot vijfhonderd kinderboeken over schaatsen en nog eens honderd boeken voor volwassenen, heeft Dohle. "Géén sportboeken", benadrukt hij, "maar literaire boeken." Dohle, in het dagelijks leven tekstschrijver/redacteur, noemt zich "geen prototypische verzamelaar". De schaatscollectie is zijn eerste verzameling ooit. En bovendien bij toeval ontstaan. Begin jaren negentig zat schaatsliefhebber Dohle in de redactie van het clubblad van IJsvereniging Leiden. Speciaal voor de jeugdleden publiceerde hij in elk nummer een fragment uit een van de kinderboeken die hij had. "Die rubriek was voor mij aanleiding om gericht te gaan zoeken naar schaatsliteratuur. Dat was het begin van de verzameling."
Dat de hoofdmoot van zijn collectie uit kinderboeken bestaat, betekent niet dat Dohle via zijn boeken zijn jeugd opnieuw probeert te beleven. "Het gaat mij puur om de liefde voor het schaatsen. En literaire schaatsboeken voor volwassenen zijn er nu eenmaal niet veel." Meestal blijft de ijspret in zulke boeken beperkt tot één hoofdstuk. Neem Terug tot Ina Damman van Simon Vestdijk. Eén keer gaat hoofdpersoon Anton Wachter schaatsen. Het is meteen de enige keer dat hij een betekenisvol contact heeft met zijn geliefde. In de rest van het boek blijft het bij smachten en afwachten. Dat is geen toeval, zegt Dohle. "In veel verhalen heeft het ijs een romantische betekenis en is schaatsen synoniem voor liefde. Op het ijs vallen standsverschillen weg, zwieren mannen en vrouwen onbekommerd door elkaar heen en is fysiek contact snel gemaakt."
Dohle benadrukt dat het vermeende paradijselijke karakter van het ijs slechts schijn is. "Er werd gegokt, gezopen, gehoereerd. En de standsverschillen bleven bestaan. Want toen het klootjesvolk het ijs betrad, trok de elite zich terug op eigen banen." Het romantische idee van de behulpzame baanveger, die wakken dicht en zo zorgt dat iedereen zorgeloos kan schaatsen, is eveneens onzin, aldus Dohle. "Die baanvegers maakten eerst zelf de wakken, legden er planken over en lieten schaatsers vervolgens betalen om te mogen oversteken."
In kinderboeken is het ijs vooral een gelegenheid om de krachten te meten. Met name jongens binden de ijzers onder om te strijden om bijvoorbeeld de gouden of zilveren schaats. Maar het is niet alleen plezier wat de klok slaat, zo bewijst Dohle's deelverzameling over gereformeerd schaatsen. Waar katholieke hoofdpersonen met veel plezier hun rondjes rijden, is het schaatsen voor gereformeerden een leerschool. Het ijs wordt verbeeld als het terrein van de duivel en een plaats van straf. Een typisch verhaal is dat van een jongen die iets heeft misdaan, bijvoorbeeld geld gestolen, en vervolgens gaat schaatsen. Dohle: "Die zakt onherroepelijk door het ijs. Daarna wordt hij natuurlijk ziek, begint zijn familie te bidden en is het uiteindelijk aan Gods oneindige goedheid te danken dat hij beter wordt."
De verzameling heeft inmiddels verschillende spinoffs gekregen. Toen Dohle in 1996 meedeed aan de schaatstoertocht Enkhuizen-Stavoren was hij onder de indruk van de tienduizenden deelnemers. Hij besefte dat er een lezerspubliek moet zijn voor schaatsverhalen en -gedichten. Nog datzelfde jaar publiceerde hij zijn eerste bloemlezing met schaatsliteratuur: Op het ijs. Sindsdien heeft hij een handvol boeken over schaatsliteratuur en -poëzie samengesteld. In 2007 maakte hij een uitstapje naar de atletiek voor de publicatie van Het verwoeste leven van Foekje Dillema, een biografie van de atlete, die er in 1950 van werd beschuldigd een man te zijn en prompt werd geschorst.
Daarnaast heeft Dohle een eigen 'virtueel museum'. Op www.krabbelbaan.nl staan enkele tientallen boeken uit zijn schaatscollectie beschreven, inclusief foto's. "Ik heb mijn boeken wel vaker tentoongesteld, bijvoorbeeld in een museum of bibliotheek. Maar zo'n tentoonstelling is na een paar weken voorbij. De website is altijd en overal beschikbaar. Het aantal bezoekers is misschien niet groot, maar daar gaat het me niet om. Ik wil laten zien dat schaatsen een belangrijk onderwerp is in de Nederlandse kinder- en jeugdliteratuur."
Dohle schat zijn investeringen op enkele duizenden euro's, maar verwacht dat bedrag nooit terug te zien. "Daarvoor zitten er te veel algemene boeken tussen: deeltjes van Bakkertje Deeg of Saskia en Jeroen, die je voor 1,50 bij de kringloopwinkel koopt. Voor mij zijn ze waardevol omdat ze over schaatsen gaan, maar een bibliotheek heeft er geen belangstelling voor. Die wil hooguit de krenten uit de pap overnemen."
Een van die krenten is Op en om het krabbelbaantje uit 1904. "Er staan schitterende tekeningen in van kinderen en volwassenen, die op de been proberen te blijven." Die tekeningen zijn van de hand van J.B. Heukelom en het omslag belooft daarnaast 'rijmpjes en vertelseltjes van Margaretha'. Een typerende omschrijving, vindt Dohle. "In die tijd was de kunst van het illustreren veel verder ontwikkeld dan de kunst van het schrijven. De verhaaltjes waren vaak geschreven door huisvrouwen of andere goedwillende amateurs, terwijl de tekeningen van professionele illustratoren waren."
Een ander topstuk is de Engelse uitgave Kwik and Kwak uit 1945. Het boekje vertelt het verhaal van twee Volendamse eenden die graag schaatsen. Tot op een kwade dag groene eenden aan parachutes uit de lucht vallen en Kwaks huis in beslag nemen. Kwik en Kwak vluchten naar Engeland en brengen onderweg een nazi-onderzeeër tot zinken. Door die daad worden ze als helden in Engeland onthaald. Na de oorlog keren ze terug naar Volendam, waar ze nog vele kleine eendjes krijgen. Dohle: "Een ontroerend boek met prachtige illustraties."
Natuurlijk heeft Dohle ook nog wat te wensen. Zoals Eerbare proefkusjes, een dichtbundel van Joannes le Francq van Berkhey uit 1782. En De winter in drie zangen van Bornuis Alvaarsma. "In dat boek, uit 1749, wordt voor het eerst - in een voetnoot - melding gemaakt van de Elfstedentocht. Op basis van de weerberichten uit die periode kunnen we concluderen dat de eerste Elfstedentocht in 1740 moet zijn verreden. Zulke boeken zou ik nog graag hebben, maar die komen bijna niet op de markt, ook niet op veilingen."
Afgezien van die paar wensen, is Dohle's verzameling nagenoeg compleet. Nieuwe schaatsboeken, die nog elk jaar verschijnen, koopt hij, maar verder groeit zijn collectie nauwelijks. "Ik snuffel regelmatig via internet en daarnaast zijn er antiquaren die voor mij zoeken. Maar er zit zelden wat bij. Vaak gaat het om boeken waar het schaatsen terloops ter sprake komt. Die koop ik niet, anders loopt het teveel uit de hand. Er moet minimaal een hoofdstuk en een plaatje over schaatsen in staan."
Verschenen in: Inkt! (de glossy voor liefhebbers van lezen) in januari-februari 2010.