In zes jaar tijd verzamelde Durk Stelwagen 4.500 zwarte beertjes, de beroemde pockets van Bruna. Lezen doet hij ze niet. “Het gaat mij vooral om het bezit.”
Het moet 2003 geweest zijn. Durk Stelwagen wilde zijn boekenkast opruimen en stuitte op een rijtje zwarte beertjes. Een stuk of twaalf: Maigrets, Havanks. Die moeten maar weg, dacht hij. Hij liep met het stapeltje de kamer uit, om de pockets in een doos te deponeren. Toen bekeek hij ze nog eens goed: het vriendelijke beertje, het nummer op de rug van elk boekje. Hij besloot rechtsomkeert te maken. “Van het ene op het andere moment ben ik de boekjes gaan verzamelen. Het had waarschijnlijk met het hoge aaibaarheidsgehalte van het beertje te maken, maar ook met de nummering. Het systeem en de logica maakten dat ik de serie wilde completeren.” Bovendien was Stelwagen geboeid door de kleuren en ontwerpen van de omslagen, die in de beginjaren door Dick Bruna werden ontworpen. “Die fascinatie voor kleuren en systeem had ik als kind al. Ik kon eindeloos kijken naar de rijen garenklosjes in een fourniturenwinkel. Of naar alle kleurvarianten in een stalenboek.”
De zwarte beertjes werden aanvankelijk vooral via de stationsboekhandels verkocht aan forensen. In 1955 verscheen deel 1: De dood van apotheker Dekkinga, door Tjeerd Adema. Het door Dick Bruna getekende zwarte beertje stond nog niet op de rug, wel op de achterkant. Dat beertje is volgens Stelwagen uit marketingoverwegingen op de boekjes gezet, om de herkenbaarheid van de reeks te vergroten. Het diertje is door de jaren heen enigszins veranderd. Zo heeft het moderne beertje een mond, staat hij minder wijdbeens, en hangen zijn voorpoten iets meer naar buiten. Bovendien lijkt het beertje broertjes te hebben. Soms staan er namelijk twee boven elkaar op een boek. Bovendien zijn er witte beertjes en - op kookboeken - beertjes met een koksmuts op.
Sinds 1955 zijn er ruim 70 miljoen stuks over de toonbank gegaan. Bruna publiceerde ongeveer 3.400 titels in 6.000 edities. Dat aantal is inclusief heruitgaven, misdrukken en andere afwijkingen. Daar zijn er nogal wat van, want hoewel de zwarte beertjes een sterk merk zijn, springt Bruna er nogal nonchalant mee om. Nummers op de buitenkant en binnenin die niet corresponderen, nooit gebruikte nummers, dubbel gebruikte nummers, series waarvan bijvoorbeeld deel zeven een lager nummer heeft dan deel vijf. “Als verzamelaar ben ik geïnteresseerd in oplopende nummers als steun voor het opbouwen van mijn verzameling, maar daar heeft een uitgever geen belangstelling voor.”
Stelwagen heeft in zes jaar tijd 4.500 zwarte beertjes bij elkaar gebracht. De beginjaren waren eenvoudig. “Het was in elke kringloopwinkel en op elke boekenmarkt bingo. Ik kwam met tassen vol terug.” Overigens zonder de intentie om de boekjes te lezen. “Die eerste twaalf pockets had ik gelezen. En een enkele keer pak ik nog een Maigret, maar verder niet. Het gaat mij vooral om het bezit.”
Titelbeschrijvingen van alle boeken die Stelwagen bezit, zitten in een witte multomap. Daar zitten bovendien wensenlijstjes in en foto’s van ontbrekende omslagen. Die map gaat mee als Stelwagen op jacht gaat, bij voorkeur in tweedehandswinkels en op beurzen. “Gewone boekhandels vind ik te duur. En met internet is het wel erg gemakkelijk: vanuit je luie stoel een titel intikken en bestellen maar. Voor mij heeft het meer charme om in een winkel te speuren. Internet gebruik ik alleen om titels te zoeken die ik elders lastig kan vinden.”
Toen de zwarte beertjes in 2005 vijftig jaar bestonden, opende uitgeverij Bruna een internetforum over de serie. “Liefhebbers konden zo gemakkelijk contact leggen en ineens bleek dat er veel meer malloten waren. Mensen maakten elkaar echt gek met hun collectie en kennis over de boekjes. Die site heeft een enorme Schwung aan het verzamelen gegeven.” Het Bruna-forum is inmiddels verdwenen, maar er zijn andere sites voor in de plaats gekomen. Op één daarvan hebben verzamelaars al hun zwarte beertjes samengevoegd tot een grote digitale catalogus, “een enorme stimulans voor iedereen die zijn verzameling opnieuw wil ijken.”
In het verlengde van de internetcontacten nam Stelwagen in 2006 het initiatief voor een fysieke verzamelaarsontmoeting. Begin oktober was de derde editie van dat treffen. Het sociale aspect vormt voor Stelwagen een belangrijke meerwaarde van het verzamelen. “Het gaat niet langer alleen om het pure hebben. Met collega-verzamelaars wissel ik ervaringen uit over bijvoorbeeld de verschillen in druk en vormgeving en de relatie van de boekjes met de tijdsgeest. Daardoor krijgt je verzameling diepte.”
Van het totaal aantal verschenen titels mist Stelwagen er nog ongeveer 150. “Daarnaast mis ik nog veel omslagen. Sommige boekjes zijn op verschillende manieren uitgegeven: met een afwijkende voor- of achterkant, of op dikker papier. Soms staan er twee beertjes op de rug, soms staan er sterretjes bij, enzovoort.” Hij laat een stapeltje boekjes zien: zes keer dezelfde titel (Maigret en de minister) in zes keer een ander jasje. “Ik twijfel nog of ik die varianten van alle titels wil verzamelen. Misschien moet er wel wat te wensen overblijven. Als je klaar bent met verzamelen, is het niet leuk meer.”
De duizenden boekjes hebben een plek gevonden op Stelwagens zolder. Hij heeft zelf kasten getimmerd, waar de pockets precies in passen. Om ruimte te besparen, staan sommige kasten rug aan rug. Op één plaats staan liefst zeven kasten achter elkaar. Wieltjes zorgen ervoor dat ze heen en weer kunnen schuiven zodat ook de achterste kast bereikbaar blijft.
Ondanks de enorme omvang, telt Stelwagens collectie geen pronkstukken. “Ik kan geen titels noemen die eruit springen, het gaat mij om de reeks. Als je me een pistool op de borst zet en dwingt te kiezen, kies ik voor de uitgaven met omslagen van Dick Bruna. Dat zijn de deeltjes die tot en met 1981 zijn verschenen.”
Waar moet het heen met de verzameling? “De serie compleet krijgen”, is Stelwagens eerste reactie. Maar dan, daarna? Er valt een lange stilte. “Tja … Waar moet het heen? Ik droom wel eens over een museum voor het Nederlandse pocketboek. Pockets vormen een belangrijk cultuurverschijnsel. Ze zijn, met al hun afwijkingen en fratsen, heel consistent in formaat en verschijningsvorm. Tegelijkertijd deinen ze mee op de golven van de tijd. In de jaren zeventig kwamen er pockets over emancipatie, in de jaren tachtig juist veel herdrukken. Dat waren crisisjaren, kennelijk was er geen geld voor nieuwe titels. Zulke verschijnselen kun je volgens mij bij pockets veel sterker zien dan bij het boek in toto.”
Verschenen in: Inkt! (de glossy voor liefhebbers van lezen) in november-december 2009.